Useful Information / Leerzame informatie

Index

Fly agaric / Vliegenzwam
De aanschaf van een Samojeden pupje
De aanschaf van een bench voor een Samojeed (only in Dutch language)
Tick time / Teken tijd
Het belang van veelvuldig oogonderzoek bij jonge Samojeden (only in Dutch language)
Von Willebrands Disease (only in Dutch language)

 

Fly agaric / Vliegenzwam
vliegenzwam1 vliegenzwam2 reindeer1
Amanita Muscaria baby reindeer adult reindeer

Fly agaric (Amanita muscari)
A lot of myths and fairy-tales are written about this toadstool.

One story, which sounds like a myth, but which definitely isn’t, is the following: The Sami-people in Lapland use the Fly agaric to keep the reindeer together.

The reindeer are very fond of Fly agarics and the herdsman scatter dried pieces between the animals by which they are easy to handle. With people the poisonousness of Amanita muscari affects the central nervous system and cause symptoms as drunkenness, hallucination and a feeling of euphoria.

The poison may stay in the nervous system for several months but the symptoms mostly disappear after 12 hours though one needs several days to recover.

Acknowledgement : Paddestoelen (alle soorten van A tot Z) door Peter Jordan & Steven Wheeler.

Vliegenzwam (Amanita muscari)
Veel mythen en sprookjes zijn verbonden met deze paddestoel.

Een verhaal dat als een fabeltje klinkt maar dat zeker niet is, is het gebruik door het Sami-volk in Lapland om hun rendieren bijeen te houden. De rendieren zijn verzot op vliegenzwammen en de herders strooien gedroogde stukken hiervan in het rond, waardoor de dieren gemakkelijk te hanteren zijn. De gifstoffen in Amanita muscari tasten bij de mens het centrale zenuwstelsel aan en veroorzaken symptomen als dronkenschap, hallucinaties en een gevoel van euforie. Het vergif kan verscheidene maanden in het zenuwstelsel aanwezig blijven maar de symptomen verdwijnen meestal na 12 uur, alhoewel men enkele dagen nodig heeft om te herstellen.

Overgenomen uit: Paddestoelen (alle soorten van A tot Z) door Peter Jordan & Steven Wheeler.

To Index

 

De aanschaf van een Samojeden pupje

Weet u nog niet zeker dat u een Samojedenpupje wilt?
Lees dan eerst onderstaande informatie!

Net zoals bij mensen, bestaat er een grote diversiteit in het kar
akter en uiterlijk van Samojeden. Er zijn drukke Samojeden maar er zijn ook rustige Samojeden.
Er zijn Samojeden die ongevoelig zijn voor invloeden van buitenaf en nogal stoïcijns door het leven gaan. Maar er zijn ook Samojeden die van nature heel zachtaardig en bedachtzaam zijn.
De Samojeden die echte sufkoppen zijn mogen we natuurlijk ook niet vergeten.
En dan zijn er nog de introverte Samojeden (die liever met rust gelaten worden) of Samojeden die het liefste als allemansvriendjes door het leven gaan.
Wanneer u een pupje aanschaft kunt u nooit van te voren zeker weten hoe het hondje op zal groeien. Een groot aantal pupjes groeit namelijk niet op tot een hond zoals de standaard het voorschrijft.
Pupjes erven eigenschappen en uiterlijk niet alleen van hun voorouders. Ook invloeden van buitenaf kunnen veel gevolgen hebben voor het gedrag en het functioneren van een hond.

Wanneer een pupje bijvoorbeeld niet goed gesocialiseerd wordt gedurende zijn eerste levensweken bij de fokker loopt hij al gauw een achterstand op die nooit meer in te halen is. Weet u wat u in huis haalt als u een Samojeed koopt? Wilt u een hond wilt die gemiddeld van grootte is, staande oren heeft met een wolfachtige snuit en een gekrulde staart… wilt u een hond die krachtig en karaktervol is… een hond die veel beweging nodig heeft… een hond die na een goede en deugdelijke opvoeding (waar u voor moet zorgen) doorgaans tegen iedereen vriendelijk is… wilt u een hond die een van de meest intelligente honden uit de spitsengroep is... maar óók... wilt u zelfs in de zomer regelmatig een huis vol ‘sneeuw’...?

Als u op al deze vragen volmondig ja kunt zeggen, dan zou de Samojeed misschien een geschikte hond voor u kunnen zijn

Wanneer u geen zin hebt om een hond veelvuldig uit te laten… wanneer u geen zin hebt om een jaar of twee, iedere week, een cursus te volgen en naar een trainingsveld te gaan om uw pup te begeleiden en op te voeden tot een stabiele samojeed... wanneer u niet van een wilde en uitbundige springer houdt, vooral als hij nog jong is... wanneer u geen hond wilt die verlatingsangst (gepaard gaand met destructief gedrag en veelvuldig blaffen) vertoont als hij te vaak alleen gelaten wordt... wanneer u geen hond wilt die jaagt en hapt naar dingen die bewegen (zoals kinderen, joggers, andere dieren, fietsen en auto’s)... wanneer u géén hond wilt die een eigen willetje heeft en soms koppig kan zijn... wanneer u géén hond wilt die flink verhaart... wanneer u géén hond wilt die waakzaam is en bij onraad flink kan gaan blaffen...

dan is de Samojeed waarschijnlijk géén hond voor u!

Wanneer u overweegt om een Samojeed in uw huisgezin op te nemen, dan is het belangrijk dat u hem voldoende beweging kunt geven. Samojeden moeten regelmatig de gelegenheid krijgen om hun energie kwijt te raken. Anders worden ze rumoerig en raken ze verveeld, hetgeen ze meestal uiten door aan een stuk door te gaan blaffen en vernielzuchtig gedrag te vertonen. Ze gaan dan bijvoorbeeld op allerlei voorwerpen kauwen en toveren uw huis al gauw bijna om tot een bouwval. Samojeden die zich vervelen staan er om bekend dat ze zich door afscheidingen heen knagen, bankstellen slopen en een tuin veranderen in een maanlandschap met grote kraters. Als u alleen maar een hond wilt en niet genoeg tijd heeft of niet voldoende gemotiveerd bent om met de hond te gaan rennen of fietsen, of op andere wijze actief bezig te zijn met de hond, dan raad ik u dit ras niet aan.

Levenslust
Jonge Samojeden (tot ruim twee jaar) dartelen en springen met veel kracht en energie. Ze gooien voorwerpen de lucht in om ze even later weer op te vangen en opnieuw omhoog te gooien. Als u kleine kinderen heeft of als u alleen met een ouder of zwak persoon samen woont, raad ik zeker geen Samojeden pupje aan. De aandrang om nogal ruw te spelen en te happen naar bewegende voorwerpen is sterk aanwezig in veel jonge Samojeden. Misschien kunt u in dit geval beter overwegen om voor een oudere en goed opgevoede Samojeed te kiezen.

Verlatingsangst
Meer dan andere rassen hebben Samojeden gezelschap nodig en houden er niet van om langer dan twee uur alleen te moeten blijven. Ze laten u zeker weten dat ze zich niet gelukkig voelen in zo’n situatie door veelvuldig te blaffen en dingen stuk te maken. Als u hele dagen werkt, is een Samojeed zeker niet geschikt voor u.

Jachtinstinct
Veel Samojeden hebben een sterk ontwikkeld jachtinstinct. Soms kunnen ze achter van alles aanjagen. Ze rennen achter katten aan en springen naar allerlei vliegende dieren zoals vogels, vliegen en wespen. Maar ook herten en vee zullen ze graag achterna rennen als ze de kans krijgen.

Eigen wil
Samojeden zijn geen meegaande honden. Ze hebben een onafhankelijke instelling en ze kunnen behoorlijk manipulatief zijn. Sommige Samojeden hebben een enorm sterke wil. Ze kunnen koppig zijn en dominant (dan willen ze de baas zijn) en stellen u op de proef om actief met ze aan de slag te gaan. U moet ze laten blijken (door 100% duidelijk en consequent te zijn) dat u meent wat u zegt. Er zijn actieve en passieve samojeden. De actieve samojeden luisteren snel maar zijn niet flexibel. Bij passieve samojeden duurt de opvoeding iets langer maar daarna zullen de honden zich veel flexibeler opstellen dan hun actieve soortgenoten.

Verzorging
Om de vacht vrij van klitten te houden (klitten zijn pijnlijk voor een hond!) hebben Samojeden een regelmatige vachtverzorging nodig. Veel kammen en borstelen dus! Nagels knippen hoort ook bij die verzorging, zeker als u in een bosrijke omgeving woont en uw hond veel op een zachte ondergrond loopt.

Vachtwisseling
Samojeden verliezen erg veel haar en wol. U zult dus regelmatig overal haren en wol vinden, Op uw kleren, op de bekleding van uw meubels, onder uw meubels op de grond, en soms zelfs in uw voedsel. Veelvuldig stofzuigen zal een tweede natuur van u moeten worden. Bedenk goed of u dit wel wilt!

Blaffen
Samojeden mogen nooit alléén zonder toezicht in een tuin gelaten worden. U moet altijd bij ze blijven. Veel Samojeden kunnen namelijk zo schel blaffen dat het iedereen door merg en been gaat. U moet in zo'n geval op kunnen treden om uw hond tot kalmte te manen. Anders zullen de buren uiteindelijk de politie bellen om de lawaaioverlast te melden. Of, als u het slecht getroffen heeft met uw buren, laten ze misschien stiekem uw hond uit uw tuin ontsnappen in de hoop dat hij wegloopt.

Overweegt u om een oudere Samojeed te nemen?
Er zijn genoeg oudere Samojeden die bewezen hebben dat ze geen negatieve karaktereigenschappen bezitten. Als u zo’n Samojeed vindt, maak u zich dan geen zorgen over negatieve berichten over het ras. Die oudere Samojeed zal zich bij u net zo gedragen als toen u hem voor het eerst ontmoette. Als U een pupje aanschaft, krijgt u de erfelijke eigenschappen die het hondje bezit gratis mee. En die eigenschappen komen op een gegeven moment zeker naar boven. De typische ras eigenschappen maar vooral een goede socialisering van een pupje zijn heel erg belangrijk. Niet erfelijke eigenschappen worden gevormd tijdens de socialisatie periode van pups (gedeeltelijke taak van de fokker) en tijdens de opvoeding van de hond (dat is een gedeelte waar u zelf voor moet zorgen). Wanneer u een volwassen hond aanschaft, krijgt u een hond zoals hij op dat moment is.

Vergelijking tussen een reu of een teef
Welk geslacht is het beste voor u
Het mannetje: Een mannetjes hond wordt reu genoemd. Sommige eigenaren vinden dit geen leuke benaming en zeggen gewoon dat hun hond een mannetje is. Er zijn zelfs eigenaren die niet eens weten wat het woord ‘reu’ betekent. Een reu neigt naar een meer stabiele gemoedstoestand dan een vrouwtje. Hij is minder gevoelig voor emotionele schommelingen. Sommige reuen zijn brutaler en agressiever dan vrouwtjes maar veel andere reuen worden beschreven als sufkoppen, klungelig, grote slappelingen en ouwe goedzakken. Reuen hebben genitaliën die goed zichtbaar zijn. Wanneer u hem op zijn rug rolt om de buik te aaien, zit er altijd ‘iets’ in de weg en sommige eigenaren raken daardoor in verlegenheid. Reuen kunnen ook opgewonden raken door hun eigen genitaliën te likken en ook hierdoor kunnen eigenaren in verlegenheid raken, vooral wanneer oma op visite komt. Een reu kan wel of niet gecastreerd zijn. Bij een gecastreerde hond wordt het scrotum verwijderd en dan kan hij geen nestje meer verwekken.

Het vrouwtje:
Een vrouwtjes hond wordt teef genoemd. Net zoals bij de reuen vinden sommige eigenaren dit geen leuke benaming en zeggen dan dat hun hond een vrouwtje of meisje is. Ook in dit geval zijn er eigenaren die niet eens weten wat het woord ‘teef’ betekent. Teefjes neigen meer naar wisselingen in gemoedstoestand en kunnen emotioneel gezien soms nerveus zijn. Teefjes kunnen echter ook erg lief en teder zijn als ze zich gelukkig voelen. Maar het worden heel behoorlijke knorrepotten als iets niet naar hun zin is. Dit laatste komt meestal door een reactie die te maken heeft met hun hormonale cyclus. Het is dus geen welbewuste keuze van een teefje om te 'mopperen'. Teefjes worden gemiddeld twee keer per jaar loops. Teefjes kunnen u enorm boos aankijken en ze zijn soms kampioenen in het mokken over van alles en nog wat. Een teefje heeft een veel minder uitdagend karakter dan een reu en ze houdt zich ook veel minder bezig met machtsspelletjes, zoals touwtrekken, om te zien wie de sterkste is. Maar ze zijn eigenwijs en zelfverzekerd en kunnen behoorlijk manipulatief zijn of zich passief tegen u verzetten. Teefjes zijn vriendelijk maar stellen wel vaak hun eigen voorwaarden. Ze vragen om aangehaald te worden maar laten tegelijkertijd zien dat ze zelfstandig zijn door, als ze daar zin in hebben, gelijk weer weg te lopen. Net op het moment dat u ze wilde gaan aaien... Teefjes plassen in een bijna zittende houding. Ze plassen ietwat netter en minder opvallend dan reuen. Een teefje kan wel of niet gesteriliseerd zijn. Als de hond gesteriliseerd is kan ze geen nestje meer krijgen. Als tijdens deze ingreep zowel de baarmoeder als de eierstokken verwijderd worden, wordt ze ook niet meer loops.

Hoe kunt u het voor u beste pupje uit een nest kiezen
Laat u nooit uitkiezen door een pupje! Sommige mensen denken goedbedoeld te moeten adviseren dat u zich door het pupje zelf uit moet laten kiezen. Ze zeggen dan bijvoorbeeld: neem het pupje dat het eerste op u af komt rennen! Maar dit resulteert alleen maar in het feit dat de meest brutale, dominante en opdringerige pupjes het eerst uit het nest verdwijnen, terwijl de lievere pupjes (die meestal veel rustiger huisdieren worden) opzij geduwd worden of beleefd op de achtergrond blijven wachten en vaak over het hoofd worden gezien. En u gaat naar huis met waarschijnlijk een van de meer dominante pupjes. Als u bij een fokker naar een pupje gaat kijken, kijk dan eerst naar de hele groep. Als er zes pupjes zijn waarvan er vijf van u wegrennen of wantrouwend naar u blaffen, dan bent u niet geschikt voor een hond en kunt u beter van de aanschaf van een pupje afzien.

En nee, ook dat laatste pupje dat niet wegrent, is niet het hondje voor u. De kans is namelijk heel groot dat dit hondje hetzelfde gedrag in zijn genen heeft maar dat dit gedrag nog niet voldoende bij hem is ontwikkeld. Een goede fokker zal u in dit geval niet eens een van zijn pupjes willen verkopen.

Laat u niet intimideren door opmerkingen van de fokker als: “ze zijn nog niet voldoende gesocialiseerd” of iets dergelijks. Gebrek aan socialisatie betekent dat de fokker lui of ondeskundig handelt. En u wilt vast geen pupje van een luie of ondeskundige fokker! Als een fokker een pupje niet eens goed kan socialiseren, wat heeft zou hij verder dan nog allemaal fout hebben gedaan? Ieder pupje dat met de staart tussen de benen wegloopt of in elkaar duikt als u er aan komt, is geen veilige keuze om als huisdier op te nemen, zeker niet als u kinderen heeft. Denk niet dat het u wel zal lukken om een pupje een normaal gedrag aan te leren. Wanneer terughoudendheid in zijn genen zit, zal hij ook terughoudend zijn als hij volwassen is. Dit soort honden zijn moeilijk om mee te leven en kunnen zelfs naar mensen happen als zij schrikken.

Wat doen pupjes eigenlijk als ze niet van je weg rennen?
Normale pupjes tussen de zeven en twaalf weken oud, zijn vriendelijk, nieuwsgierig en vertrouwend van aard. Ze lopen rond uw voeten, trekken aan uw schoenveters, kruipen bij u op schoot als ze de kans krijgen, knabbelen aan uw vingers en waggelen in het rond terwijl ze voortdurend van alles en nog wat onderzoeken. Na een tijdje kunnen ze plotseling hun interesse voor u verliezen om met elkaar te gaan spelen. U kunt veel zien aan individuele pupjes door te kijken naar de manier waarop ze met hun nestgenootjes om gaan. Welk pupje is het sterkst, welke het vriendelijkst, welk pupje is bazig, welke luidruchtig? Welk pupje is rustig, onderdanig, zacht van aard? Welk pupje pakt al het speelgoed en wint de touwtrek wedstrijdjes? Welk pupje lijkt gevoelig of is altijd de klos en verleist het touw? De meeste mensen zijn het beste af met een pupje dat niet de baas is in een nest maar ook niet de laagste in rang. Het beste pupje voor de gemiddelde mens is een normaal en opgewekt pupje dat niet gromt, graait of bijt maar die met een opgeheven staart blijft kwispelen. Vraag bijvoorbeeld aan de fokker of u ieder pupje even apart mag zien, zonder zijn moeder, broertjes en zusjes er bij. Dan kunt u beter zien hoe een pupje straks reageert als hij niet meer samen met zijn nestgenoten is. Soms kan een pupje dat zich tussen zijn soortgenoten in heel stoer gedraagt, onzeker worden of juist heel erg nieuwsgierig als hij opeens alleen is. Of een pupje met erg veel energie kan opeens rustig worden als hij niet meer door zijn soortgenoten opgejaagd wordt. Hij kan u dan al zijn aandacht geven, heel aanhankelijk worden en graag op uw schoot willen zitten.

Verantwoordelijke, goed opgeleide en deskundige fokkers zullen alle vragen die mensen stellen eerlijk kunnen en willen beantwoorden. Ze houden zelf de pupjes aan die ze niet direct kunnen plaatsen, en zetten deze hondjes niet op websites als bijvoorbeeld marktplaats te koop. Ze zorgen er voor dat het moederhondje volledig hersteld is van een nest, voordat ze een nieuw nest mag krijgen, meestal pas weer na een jaar of twee. Deze fokkers nemen ook direct een hondje terug als mocht blijken dat het toch niet goed uitpakt in het nieuwe gezin. Deze fokkers fokken honden omdat ze van het ras houden en hun steentje bij willen dragen aan het in stand houden van een gezond en mooi ras. Ze zorgen er voor dat het genenpakket vergroot wordt en zetten niet steeds een reu in voor de fok die ook al bij diverse andere fokkers een dekking heeft verricht. Ze laten geen onderzoek na om de gezondheid van het ras zo veel mogelijk in de hand te houden en te bewaken en kunnen daardoor een betere garantie geven over de gezondheid van de pupjes die ze fokken. Vraag de fokker naar de onderzoeken die gedaan zijn. Vaak vermeldt men op websites dat de ogen vrij zijn van aandoeningen. Vraag aan uw fokker of dit het gehele oogderzoek betreft, inclusief goniodysplasie! Krijgt u geen antwoord, neem dan contact op met de Nederlandse Samojedenclub. Zij kunnen u alle uitslagen geven van de medische onderzoeken, inclusief het onderzoek naar goniodysplasie en de heuponderzoeken. Een goede fokker zal u van alle onderzoeksresultaten van zowel de vader- als de moederhond een kopie meegeven.

Goede fokkers willen graag contact blijven houden met de nieuwe eigenaren omdat ze voortdurend willen weten hoe het met de door hun gefokte hondjes gaat. Ze staan de eigenaren met raad en daad bij mochten er zich onverhoopt problemen voordoen. De verkoop van hun pupjes gaat gepaard met een deugdelijke overeenkomst waarin de belangen van het hondje voorop staan en waarin de verplichtingen van zowel de fokker als de nieuwe eigenaar beschreven worden.

Hoe vindt u een goede fokker?
Wanneer u het ras van uw keuze hebt gevonden, kunt u bijvoorbeeld informatie inwinnen bij de rasvereniging. Op het internet kunt u van alles en nog wat lezen over de Samojeed maar lang niet alle informatie is juist. Neem eerst eens een kijkje op de website van de Nederlandse Samojeden Club. Bovendien heeft u dan de gelegenheid om te kijken welke fokkers in Nederland actief zijn en waar een nestje gepland of verwacht wordt. Houdt echter wel in gedachten dat lang niet alle fokkers voldoende op de hoogte zijn over al het reilen en zeilen met betrekking tot het ras. Deze fokkers plaatsen soms informatie over de Samojeed op hun website die niet helemaal juist is. Wanneer u de beslissing heeft genomen om een pupje te kopen besteedt dan net zoveel tijd aan het uitzoeken van een fokker als u zou besteden voor de aanschaf van een auto of een speciaal kledingstuk. Een pupje koopt u voor zijn of haar hele leven en hopelijk zal dit diertje minstens 12 jaar deel uit maken van uw gezin.
Laat u niet verleiden door mooie lokkertjes als u krijgt voer, een speeltje, of wat dan ook mee. Iedere goede fokker zorgt er namelijk altijd voor dat het pupje met voldoende 'bagage' met de nieuwe eigenaar naar huis kan gaan. Zulke informatie hoeft niet uitdrukkelijk op een website vermeldt te worden.

Hieronder enkele vragen die u aan een fokker kunt stellen:

Kunt u ons helpen om het juiste pupje voor ons uit te kiezen

Heeft u een officiële opleiding gevolgd in de kynologie?
Laat u niet afschepen met een antwoord als: ik heb jarenlange ervaring! Ervaring wordt pas waardevol als er éérst een degelijke opleiding aan vooraf gegaan is!

Bent u een erkend fokker?

Worden al uw pupjes ingeschreven bij de Raad van Beheer en krijgen alle pupjes een officiële stamboom?

Zijn de ouderdieren onderzocht op heupdysplasie? Wat is de uitslag hiervan?

Hebben beide ouderdieren een oogonderzoek, inclusief een onderzoek naar goniodysplasie ondergaan?
Wat is de uitslag hiervan?

Voldoet u aan de eisen die de Nederlandse Samojeden Cub stelt aan het fokken met Samojeden?

Hanteert u een koopovereenkomst?

Wat zijn uw garanties als een door u gefokte hond later aan een erfelijke aandoening blijkt te lijden

Kan ik beide ouders van het pupje bezoeken?

Wat doet u om erfelijke aandoeningen te voorkomen?

Wilt u ons enkele namen van kopers geven die eerder van u een pupje kochten

Eist u dat pupjes gesteriliseerd of gecastreerd worden of juist niet?

Krijgen de pupjes hun eerste inentingen?

Op welke leeftijd mag een pupje naar zijn nieuwe eigenaar?(Pupjes moeten minimaal 8 weken bij hun moeder blijven maar liever nog iets langer).

Wanneer u een kennismakingsbezoekje brengt aan een fokker, vraag dan altijd naar eventuele genetische aandoeningen in de lijn die de betreffende fokker voert. Vraag wat de fokker er aan doet om aandoeningen te voorkomen of kwijt te raken.

Zorg dat u van te voren goed op de hoogte bent over wat er zich binnen een lijn allemaal afspeelt voordat u besluit om een pupje bij die fokker te bestellen. Fokkers die gewetensvol een nestje fokken zullen u graag een duidelijk antwoord geven op al uw vragen. Zorg dat u de antwoorden kent voordat u naar de pupjes gaat kijken! Het is vaak erg moeilijk om zomaar weg te lopen bij een dartelend nestje knuffelbare witte wolbaaltjes op vier pootjes die u op ieder gebied in vertedering brengen en uw hart sneller laten kloppen! Een goede fokker zal u ook de afschriften van medische onderzoeken tonen. Wanneer u een hondje bij deze fokker koopt zal hij u van alle onderzoeken een kopie meegeven. Onderzoek naar heupdysplasie en onderzoek van de ogen zijn heel belangrijk bij dit ras.

Accepteer geen excuses en vraag het gewoon nog een keer wanneer u de antwoorden niet bevredigend vindt. Vraag ook of de fokker een koopovereenkomst hanteert en vraag naar de inhoud hiervan. Misschien wilt u ook graag contact met eerdere kopers van pupjes van die fokker. Vraag rustig naar namen en adressen. Een goede fokker zal er geen enkel bezwaar tegen hebben als u van te voren even contact met enkele van deze mensen opneemt om naar hun ervaringen met de betreffende fokker te informeren.

Vraag of de fokker honden heeft gefokt die actief bezig zijn met een of andere hondensport of dat ze slechts (of vooral) als showhond door het leven gaan. Vraag of honden uit de lijn van de fokker een opleiding volgden in gehoorzaamheid, in jachttraining, het herderen van andere dieren, in behendigheid, actief zijn in de sledehondensport, als therapie hond, als hulphond, als reddingshond, als speurhond, met frisbees spelen, etc.

Want bedenk: hoe complexer een sport is, hoe intelligenter een hond moet zijn. Vraag naar de stambomen van de beide ouderhonden en vraag om uitleg als u iets niet begrijpt. Als er veel kampioenen op een stamboom voorkomen kan dit iets zeggen over het uiterlijk van de hond maar deze informatie zegt helemaal niets over de gezondheid.

Er zijn veel fokkers die om principiële rededen zelden of nooit tentoonstellingen bezoeken met hun honden. Als u op deze website terecht gekomen bent is het misschien overbodig om te zeggen dat u nooit een pupje bij een zogenoemde puppyfabriek of bij een broodfokker moet kopen.

Websites als marktplaats zijn zeker niet de aangewezen plaats om op zoek te gaan naar een rashond.

Nadat u al uw vragen heeft gesteld, verwacht dan ook dat de fokker u misschien een aantal indringende vragen zal stellen. Een fokker wil nu eenmaal graag weten waar zijn pupjes naartoe gaan.

Informatie voor fokkers:
Een fokker die op een verantwoorde en professionele wijze een nestje fokt vindt het heel belangrijk om te weten waar de pupjes de rest van hun leven zullen doorbrengen. Zo’n fokker houdt liever zelf de pupjes dan dat hij ze moet plaatsen bij een gezin dat niet geschikt is om samen met een Samojeed huis en haard te delen. Hij zal niet schromen om vele vragen te stellen aan belangstellenden voor een pupje. Het enige doel dat een fokker daarmee voor ogen heeft is: er achter komen of de mensen wel werkelijk goed voor een van zijn pupjes zal kunnen zorgen!

Goede fokkers stellen bijvoorbeeld de volgende vragen:
Heeft u al eerder een hond gehad? Zo ja, wat voor een hond? Hoe lang heeft u die hond gehad? (Sommige rassen zijn niet geschikt voor mensen die voor het eerst een hond nemen terwijl andere rassen dat juist wel zijn).

Heeft u kinderen? Hoeveel? Welke leeftijd? (Sommige rassen zijn geschikt voor een gezin met kinderen en andere rassen juist niet). Sommige rassen kunt u beter niet bij al te jonge kinderen plaatsen. Sommige honden zijn meer geschikt voor rustige, niet al te drukke kinderen en sommige honden kunnen helemaal niet met kinderen overweg.

Woont u in een vrijstaand huis of in een flat, een koophuis of een huurhuis? Als u in een huurhuis woont mag u dan honden houden van de huiseigenaar?

Heeft u andere huisdieren? Sommige rassen kunnen agressief zijn tegen andere dieren, inclusief honden en katten. Andere rassen kunnen heel goed overweg met andere dieren.

Heeft u een deugdelijke omheinde tuin of binnenplaats? Geen enkele hond mag zonder toezicht alleen buiten blijven en honden mogen zeker niet op eigen terrein ‘binnen’ gehouden worden door middel van een electronische afscheiding. Een Samojeed zal de afscheiding niet oversteken maar plagende passerende kinderen kunnen dat wel!

Wat kunt u aan beweging geven aan uw hond? Sommige rassen zoals Dalmatische honden, Samojeden, Border Collies en Australische Herdershonden hebben iedere dag een pittige wandeling nodig. Ze willen ook graag een paar kilometer met u meerennen als u gaat joggen. Op die manier wordt aan hun lichamelijk en geestelijke behoefte naar beweging tegemoet gekomen.

Kent u de wet met betrekking tot het houden van honden in uw gemeente? Geen enkele verantwoorde fokker zal een pupje verkopen aan mensen die niet van plan zijn hun hond aan de lijn te houden in een gemeente waar dit wel verplicht is. Ook mensen die niet van plan zijn de uitwerpselen van hun hond op te rapen en mee naar huis te nemen genieten geen voorkeur.

Bent u van plan om een gehoorzaamheidscursus met uw hond te volgen? Samojeden kunnen soms een eigenzinnig gedrag vertonen en het is verstandig om een goede gehoorzaamheidscursus met een Samojeed te volgen. Een positief antwoord op deze vraag moet zelfs doorslaggevend zijn voor fokkers van Akita’s, Rottweilers, Boxers, Duitse Herders, Dobermans, etc. Een ongetrainde waakhond kan heel makkelijk een dominante hond worden met ernstige gedragsproblemen.

Bent u op de hoogte van de kosten die het houden van een hond met zich mee kan brengen? Wanneer u uw hond gezond wilt houden moet u jaarlijks naar de dierenarts om hem in te laten enten en te ontwormen. Misschien bestaat er een noodzaak dat de hond gesteriliseerd of gecastreerd moet worden. De aankoop van een goed kwaliteitsvoer kost veel geld. En vergeet niet de kosten van een pension wanneer u eens zonder de hond op vakantie wilt.

Bent u zich er van bewust dat u de verantwoordlijkheid op u neemt voor een levend wezen dat, voor de rest van zijn leven, van u afhankelijk is? Wanneer een kandidaat koper deze vragen op een positieve manier kan beantwoorden, is hij of zij misschien een mogelijke gegadigde voor een pupje.

De echte goede fokkers hebben een zesde zintuig voor mensen als het om hun pupjes gaat. Ze zullen met grote nauwkeurigheid observeren hoe een kandidaat koper tijdens een kennismakingsgesprek met met hun honden omgaat en hoe de honden op hen reageren. Ook het gedrag en houding van kinderen zullen zij goed in de gaten houden. Als kinderen lawaaierig en ongehoorzaam zijn bestaat de kans dat een hond op een soortgelijke manier opgevoed wordt. Aan dit soort mensen kan beter geen pupje verkocht worden

 

De aanschaf van een bench voor een Samojeed (only in Dutch language)

Zoals met veel dingen denken mensen vaak: hoe groter hoe beter. Met deze woorden in gedachte gaan zij ook dikwijls een dierenwinkel binnen om een bench te kopen. Dit is niet helemaal het juiste uitgangspunt om een bench te kopen en het is zeker geen weloverdacht argument. Men zou zich eerst af moeten vragen waarom men eigenlijk een bench wil kopen. Ik citeer hier nu Godfried Dols, die jarenlange ervaring heeft als gedragstherapeut.

Een vogelkooi voor honden?
Ja, oneerbeiedig zou je het zo kunnen noemen. Een bench is een rechthoekige kooi van draadgaas, meestal in te klappen en dan draagbaar. De bodem bestaat meestal uit een plastic of verzinkte metalen bak. In de bench zit aan één zijde een afsluitbaar deurtje. Opvallend veel mensen hebben eerst een afkeer van zo'n akelig ding. "Ik stop mijn hond toch niet in een kooi!". Toch blijkt een bench geweldige voordelen te bieden ten opzichte van een gewone mand. En de hond vindt het geweldig als hij eenmaal geleerd heeft wat het is. Toen de hond nog wolf was, lag hij als puppy in zijn ondergrondse hol te wachten totdat mama weer terugkwam. Veilig in een klein en besloten holletje, warm en comfortabel. En omdat het veilig was, was er ook geen reden tot stress. Veilig, warm, geborgen, zeker weten dat mama terugkomt. Datzelfde gevoel roept een bench ook op! Natuurlijk is een hond geen wolfje in hondenkleren maar van vele zaken "weet" hij nog hoe het ooit moest zijn in verre tijden. Voorwaarde is dat de bench zo klein mogelijk is. De hond moet er net opgerold in kunnen liggen. "Ja maar," zult u zeggen, "hij moet toch kunnen liggen en zich lekker uitstrekken?" Nee, dat komt wel weer als hij eruit mag. De bench moet klein zijn. Natuurlijk legt u er een dekentje in. Maar 's zomers haalt u dat er weer uit, want de hond krijgt het anders veel te warm. Liever ligt hij dan op de kale maar koele ondergrond. Als u een wat groter ras heeft en u wilt toch al een bench aanschaffen nu hij nog een pup is, kan dat gerust. U koopt dan een bench die precies groot genoeg is als de hond volwassen is. Misschien kunt u met een volwassen soortgenoot even in de winkel passen, dat zou handig zijn. Maar voor de pup is de bench dan veel te groot. U lost dat gemakkelijk op door de bench tijdelijk kleiner te maken door er een grote kartonnen doos in te leggen die met de bodem naar het deurtje wijst. Naarmate de hond groeit snijdt u een stuk van de rand van de doos af, waardoor de bench weer wat groter wordt. Zo groeit de bench met de hond mee.

Tot zover Godfried Dols in zijn boekje Hondentaal van binnenuit. (ISBN 9058770427)

Ook wij hebben jarenlang allerlei benches in diverse afmetingen voor onze samojeden gebruikt. Eerlijk gezegd een beetje tot onze verbazing, ervaarden wij zelf k dat de kleinste bench die wij tot dan toe in gebruik namen, het beste bleek te voldoen. Daarna lazen we pas het boekje van Godfried Dols! Dat bevestigde dus 100% onze eigen ervaring. De afmetingen van een geschikte bench voor een Samojeed zijn 75 x 50 cm bij een hoogte van 60 cm. Houdt vooral in gedachte dat een bench geen opbergplaats is voor een hond voor mensen die de hond niet over de vloer willen omdat zij de hele dag niet thuis zijn. Dit soort mensen zou helemaal geen hond in huis moeten nemen. Een bench is ook geen speelplek voor de hond. Spelen gebeurt buiten de bench. Om te spelen heeft een hond een veel grotere ruimte nodig. Een bench is op de erste plaats een veilige en vertouwde slaapplaats voor de nacht. Maar bovendien ook een goede en veilige plek voor uw hond als u even zonder hond van huis gaat om een boodschap te doen.

Soortgelijke argumenten kan men ook gebruiken voor een werpkist. Door de jaren heen hebben wij tientalle werpkisten gezien bij bevriende fokkers, in alle soorten en maten, maar meestal veel te groot voor een Samojeed. Ook hier geldt: een werpkist mag niet te groot zijn! Denk maar weer aan het hol van de wolf ... dat is zeker geen balzaal maar een klein, knus en besloten hol waar geborgenheid troef is. De moeder moet royaal kunnen liggen om haar pupjes te voeden en de pupjes moeten knus bij haar kunnen liggen. Meer ruimte is niet nodig voor een werpkist. De ideale maten voor een werpkist van een Samojeed zijn 100 x 130 cm met een opstaande rand van ongeveer 60 cm. Zodra de pupjes dusdanig groot worden dat ze willen gaan spelen, moet hiertoe gelegenheid geboden worden buiten de werpkist. Een flinke ren, die om de werpkist heen geplaatst kan worden en waarin de puppen naar hartelust kunnen spelen en ravotten is dan op zijn plaats. Denk hierbij aan afmetingen van 4 tot 10 m² of groter. Natuurlijk heeft niet iedereen de gelegenheid om de puppen een enorm grote speelruimte te bieden maar een ren van 4 m² is wel het minste dat men kan bieden aan puppen. Die ruimte hebben zij minimaal nodig om vrolijk en gelukkig groter te worden. De pupjes gaan zelf de werpkist uit om in de ren te spelen. Dus: een betrekkelijk kleine werpkist maar een zo groot mogelijke ren om in te spelen! Als de werpkist te groot is zullen de pupjes ook in de werpkist gaan spelen en dan gaat het gevoel van veiligheid en geborgenheid al gauw verloren. De werpkist moet altijd de veilige en knusse plek blijven waar ze samen met moeder kunnen slapen. Sluit gerust de werpkist overdag een paar keer, gedurende korte tijd af, zodat er niet in gespeeld kan worden. Wanneer u ziet dat de pupjes moe worden maakt u de werpkist weer open zodat ze weer lekker kunnen gaan slapen in hun veilige en vertrouwde slaapruimte.

To Index


Time for ticks / Teken tijd
Picture of a very satisfied tick !!! Foto van een heel tevreden teek!!!
teek1
teek2
At the left, a tick seen from above and at the right the tick was turned upset down. In the last picture you can clearly see that the tick has 8 legs (like a spider). This tick was pulled out from a dog by hand ... and not with a pair of tweezers or whatever! When you have to pull out a tick, try to do this as fast as possible. The longer you are fiddling with a pair of tweezers to grab the awfull animal, or when you use anaesthetic products (please, never do that!!!) the bigger the chance that the tick will dig itself further into your dog. Just take the tick out with the nails of your fingers, pull it out quickly and don't turn the tick around! Just pull it out and examen if you pulled out all the 8 legs and the head of the tick. Don't be afraid to break the ticks body. A tick's body is very strong and you hardly cannot break it even not with the sharp point of a knife.
Links een teek van bovenaf gezien en op de foto rechts heb ik de teek op zijn rug gedraaid. Op de rechter foto is heel duidelijk te zien dat een teek 8 poten heeft (zoals een spin). Ik heb de teek van de hond gehaald door hem er met de hand uit te trekken. Ik heb geen tekentang of wat dan ook gebruikt. Wanneer u een teek uit moet trekken, probeer dit dan zo snel mogelijk te doen. Hoe langer u blijft friemelen aan de teek met een tang of iets anders, of wanneer u een middel gebruikt om de teek te verdoven (doe dit svp nooit!!!) geeft u hem alleen maar meer kans om zich verder in de huid in te graven. Pak de teek met uw nagels om het lijf heen beet en trek hem zo snel als mogelijk in rechtstandige lijn uit. Draai de teek nooit rond! Controleer of u de 8 poten ziet en de kop van de teek. U hoeft niet bang te zijn dat u het tekenlijf kapot drukt. De huid is heel taai en u kunt hem zelfs met de punt van een scherp mes nauwelijks stuk krijgen.

To Index


Het belang van veelvuldig oogonderzoek bij jonge Samojeden (only in Dutch language)
Met toestemming van Helen L. Newman overgenomen en vertaald.

oogbol

Met het schrijven van dit artikeltje over retinal dysplasia hoop ik enkele gevolgen aan te tonen die ik in wetenschappelijke documenten heb gevonden en die ik alsmede uit gesprekken met vertegenwoordigers van CERF* en persoonlijke contact met ACVO* diplomaten heb vernomen. Er zijn mensen (met en zonder Samojeden) die geloven dat plooitjes in het netvlies ‘normaal’ zijn. Ik weet niet waarom zij dit geloven want in alle verhandelingen die ik heb gelezen over de ontwikkeling van het oog en uit persoonlijke gesprekken met oogartsen heb ik altijd begrepen dat dit NIET normaal is maar dat het een abnormale ontwikkeling van het netvlies is als er plooitjes aanwezig zijn. Voor iedereen die meer wil leren over dit onderwerp voeg ik ook een lijst bij met artikelen, boeken, etc. waaraan gerefereerd kan worden.

*CERF = cerficate eye research foundation
*ACVO = American College of Veterinary Ophthalmologists

Het netvlies, dat de achterkant van het oog bedekt, ontvangt prikkelingen (licht) en stuurt deze prikkelingen naar de hersenen. De hersenen verwerken deze informatie waardoor het zicht ontstaat. Wanneer er een onregelmatige ontwikkeling is van het netvlies, of deze nu door een virale infectie voor de geboorte ontstaan is of een genetisch bepaalde erfelijke afwijking is; het zicht van de hond kan hierdoor in gevaar gebracht worden. Maar waarom zou dit nu de Samojeden eigenaren moeten verontrusten? Een aandoening die Retinal Dysplasie heet!

Wat is Retinal Dysplasie (RD) eigenlijk? De term ‘dysplasie’ houdt een abnormale weefselgroei van een orgaan of stuktuur in en waar je ook zoekt (in Merck, CERF, informatie vraagt aan medewerkers van AVCO) overal wordt het op de volgende manier verklaard:

Het is een niet progressieve, abnormale ontwikkeling van het bij de geboorte aanwezige netvlies. Het ontstaat als 2 oorspronkelijke lagen van het netvlies niet goed op elkaar liggen. Deze aandoening kan erfelijk zijn maar ook het kan ook veroorzaakt zijn door een infectie die vóór de geboorte heeft plaatsgevonden (zoals het herpes virus of het parvo virus).

Deskundigen schijnen het er ook over eens te zijn dat er drie vormen van Retinal Dysplasie voorkomen.
1. Retinal Dysplasie-plooien; enkel- of meervoudig (beschadiging van het gezichtsvermogen is onbekend)
2. Retinal Dysplasie-geografisch; op zichzelf staand (blinke vlekken en met een op zich zelf staande blindheid van het netvlies)
3. Retinal Dysplasie-plooien of op zichzelf staand met fouten aan het skelet (blindheid en dwerggroei)

Enkele rassen die last hebben van deze gezichtsaandoening zijn de American Cocker spaniel, de Australische herdershond, de Engelse herdershond, de Welsh Corgie Pembroke, de Rottweiler, de Labrador retriever en de Samojeed! Men heeft ontdekt dat Labrador retrievers die heterozygoot zijn meervoudige plooien van het netvlies hebben maar geen afwijkingen aan het skelet. Honden die beide aandoeningen hebben (plooien en een op zichzelf staande Retinal dysplasie met afwijkingen aan het skelet) zijn homozygoot recessief . De eigenaren van Samojeden zijn dus niet de enigen wiens honden met deze aandoening te maken hebben. We kunnen uit onderzoeken die bij de andere rassen (en de enkele onderzoeken bij Samojeden) gedaan zijn leren.

Hoe wordt geconstateerd dat een hond aan RD lijdt en hoe verloopt het onderzoek?

De ogen van de honden worden via direct of indirect opthalmoscopisch onderzoek bekeken. Via de directe methode kan men slechts 5% van het netvlies in een beeld brengen en het onderzoeksapparaat moet meerdere malen opnieuw ingesteld worden om het gehele netvlies te kunnen onderzoeken. Bij de indirecte methode worden de ogen verwijdt door middel van een vloeitstof die enkele minuten voor het onderzoek in de ogen wordt ingedruppeld. Daarna worden de ogen bekeken met een speciale verlichte en vergrotende lens. Bij deze methode kan men 40-50% van het netvlies in beeld brengen waardoor er minder vaak opnieuw moet worden ingesteld en de kans dat er een stukje van het netvlies overgeslagen wordt is minder groot. Delen die aangetast zijn verschijnen als strepen en/of als grijze of groene stippen op het netvlies. Het is aan te bevelen om het eerste onderzoek voor 12 weken (tussen de 8e en 9e week) plaats te laten vinden.

Uit onderzoeken door Holle en anderen is gebleken dat Retinal Dysplasie tweezijdig (aan beide ogen) of eenzijdig kan voorkomen. In dit onderzoek werd aanbevolen meerdere testen uit te laten voeren naarmate de hond ouder wordt. Deze testen worden sterk aanbevolen voor lijnen waarbij eerder plooitjes in het netvlies geconstateerd werden. De aanbevolen leeftijden voor vervolg onderzoeken zijn alsvolgt: 5-9 weken, opnieuw op een leeftijd van 6 maanden tot 1 jaar en op een leeftijd van 1,5 jaar. Men heeft ontdekt dat kleine plooitjes kunnen verdwijnen als de hond ouder wordt maar genetisch gezien heeft die hond nog steeds RD (als het tenminste niet vóór de geboorte is opgedaan door een infectie). Wanneer de plooitjes glad worden wil dat niet zeggen dat de hond ‘genezen’ is.

Waarom zou men bezorgd moeten zijn?
Omdat op dit moment de genen die verantwoordelijk zijn voor de verschillende vormen van RD (RD met alleen plooitjes, geen blindheid of afwijkingen aan het skelet of drager van deze problemen en RD die blindheid en/of dwerggroei veroorzaakt) nog niet gevonden zijn. CERF zal over een Samojeed met plooitjes op het netvlies geen oordeel vellen omdat er nog geen manier is waarbij het mogelijk is onderscheid te maken tussen de verschillende verschijningsvormen van RD.

CERF heeft mij persoonlijk meegedeeld dat hun maatstaf voor Samojeden de volgende is: “ieder aanwezig plooitje aan het netvlies ná een leeftijd van 8-10 weken is echte Retinal Dysplasie en de hond zal geen CERF getal toegewezen krijgen. Men heeft mij ook verteld dat ‘enkelvoudige plooitjes’ en ‘echte Reinal Dysplasie’ hetzelfde is bij Samojeden; maar dat ‘echte Retinal Dysplasie’ en ‘RD en dwerggroei’ veroorzaakt worden door verschillende genen.

Omdat de oogarts NIET kan vertellen of de plooitjes die hij ziet veroorzaakt worden door het gen dat alleen maar plooitjes veroorzaakt, of dat het veroorzaakt wordt door het gen dat ook dwerggroei kan veroorzaken, zal CERF geen enkele Samojeed aannemen met plooitjes. Het fokadvies van CERF is: met geen enkele Samojeed fokken die welke soort RD dan ook heeft. Totdat er een genetische aanwijzing is ontdekt om de verschillende vormen van RD van elkaar te onderscheiden, neemt CERF aan dat alle plooitjes behoren tot RD die blindheid en/of problemen aan het skelet kan veroorzaken.

Totdat er meer onderzoek gedaan kan worden om genetische testen te ontwikkelen die een onderscheid kunnen uitwijzen tussen RD met alleen plooitjes (geen drager van enig probleem met het skelet of ernstige oogproblemen) en RD (met problemen met het zicht) en RD (gepaard gaand met dwerggroei), moeten alle eigenaren van Samojeden de moeite nemen om hun hondjes vroeg te laten controleren en moeten de nieuwe eigenaren de vervolgonderzoeken laten uitvoeren. Wanneer iemand een pupje koopt of wanneer een fokker tot een dekking besluit, kan er geen enkele garantie gegeven worden maar iedereen moet zoveel als mogelijk geïnformeerd worden over de mogelijke resultaten van een nestje.

Ik hoop dat wij, als fokkersvereniging, iedere poging tot onderzoek zullen ondersteunen waardoor meer kennis over Retinal Dysplasie bij de Samojeed verkregen kan worden. We moeten ook achter de voortzetting van het onderzoek staan dat naar de genitische marker zoekt die de verschillende vormen van RD kan onderscheiden.


Literatuurlijst en adressen van websites over dit onderwerp:

I. Aroch I, R. Ofri and I. Alzenberg
Haematological, ocular and skeletal abnormalities in a Samoyed family
The Journal of Small Animal Practice
Vol.37:7, p.333-339, 1996

American College of Veterinary Ophthalmologist 1999

D.M. Howell, M.E. Stankovics, C.S. Sarna and G.D. Aguirre
The geographic form of retinal dysplasia in dogs is not always a congenital abnormality
Veterinary Ophthalmology p. 61-66, 1999

A.D. MacMillian and D.E. Lipton
Heritability of Multifocal Retinal Dysplasia in American Cocker Spaniels
JAVMA, vol. 172:5 p. 568-572 1978

V.N. Meyers, P.F. Jezyk, G.D. Aguirre and D.F. Paterson
Short-limber dwarfism and ocular defects in the Samoyed dog
JAVMA, vol. 183:9, p. 975-979, Nov. 1, 1983

Malcolm B. Willis
“Genetics of the Dog”
Howell Book House 1989.

A. Begun, and L. Campbell
Retinal Dysplasia

Voor meer informatie over oogaandoeningen, kijk vooral ook eens op de volgende websites:

http://www.dewagenrenk.nl/vsc/bijna.htm#begin

www.upei.ca/~cidd/Diseases/ocular%20disorders/retinal%20dysplasia.htm

To Index


Von Willebrands Disease (only in Dutch language)
Met toestemming van Hilary Jupp overgenomen en vertaald.
Hilary's website: http://www.irishwolfhounds.org
Von Willebrands Disease is een stoornis in de bloedstolling en is de meest voorkomende stoornis bij honden en mensen. Hevige, spontane bloedingen zoals die voorkomen bij hemofilie, zijn echter heel zeldzaam bij Von Willebrands. Honden die aan de ziekte lijden, kunnen een langere periode van loopsheid vertonen dan normaal, met meer bloedverlies dan normaal. Zelfs na kleine chirurgische ingrepen of tijdens het werpen kunnen er bloedingen optreden; de hond kan zelfs doodbloeden. De hond kan bloedingen van het slijmvlies in de mond of neus krijgen. De hond kan ook onderhuidse bloedingen of kneuzingen krijgen, of zwellingen die onder de huid verschijnen. Er kan bloed in urine of fecaliën aanwezig zijn en er kan regelmatig diarree met of zonder bloedverlies optreden. De huid, vooral van de oren, kan droog, dun en schilferig zijn. Er kan een overvloedige bloeding aan de navelstreng optreden na de geboorte, bij het verwijderen van de Hubertusklauwtjes, of wanneer de teennagels te kort worden geknipt. De hond kan doodgaan tijdens een narcose aangezien de ziekte de hond uiterst gevoelig maakt voor deze doodsoorzaak.

Echter, niet alle honden die aan deze ziekte lijden, zullen daadwerkelijk gaan bloeden. Mogelijk zal dit enkele keren tijdens hun leven voorkomen, maar niet altijd. De mate waarin de Von Willebrands ziekte voorkomt, kan tijdens het leven van de hond veranderen, waardoor honden die voorheen geen bloedingen vertoonden opeens wel gaan bloeden. De waarde van de Von Willebrands factor in het bloed kan stijgen als gevolg van loopsheid of drachtigheid waardoor een ouder dier een hogere waarde kan vertonen dan het gehad zou hebben op jongere leeftijd. Voor de aanleg van verborgen bloedingen (een ogenschijnlijke niet-bloeder) kan een fundamentale oorzaak aanwezig zijn die wordt verergerd door stress zoals ziekte; vooral door een virale aandoening omdat iedere virale infectie de stollingstijden van het bloed kan verlengen door aantasting van de produktie van bloedplaatjes en/of de endothele cellen. Vaccinaties met levend virus hebben hetzelfde effect.

Het onvolkomen homologe en dominante chromosoom zorgt ervoor dat het bij alle rassen (behalve bij de Schotse Terrier en de Chesapeake Bay Retriever) erfelijk is; hetgeen in simpele termen inhoudt dat het direct doorgegeven wordt van de ene generatie op de volgende. Het is niet aan sexe gebonden en komt in verschillende gradaties voor bij de honden die er aan lijden. Iedere hond bij wie de aandoening geconstateerd is, moet minstens één ouder hebben die ook aan de aandoening lijdt en zal het zelf doorgeven aan enkele van zijn nazaten. Het is waarschijnlijk dat de nazaten erger zullen lijden aan de ziekte dan de ouder. In tegenstelling tot hemofilie, treft Von Willebrands Disease beide geslachten. Honden die de aandoening onder de leden hebben hoeven er niet noodzakelijkerwijs aan te lijden (maar zullen het ondanks dat wel doorgeven aan hun nageslacht) en zij die er wel aan lijden doen dit in verschillende gradaties. Homozygoten (dieren die van beide ouders het gen erfden) zullen meestal in de baarmoeder of vlak na de geboorte sterven want het heeft een genetisch dodelijke uitwerking. Wanneer beide ouders aan de Von Willebrands aandoening lijden, kan dit leiden tot kleinere nesten dan gemiddeld, doodgeboren pupjes, (vooral niet volledig ontwikkelde pupjes), of nauwelijks als hondje herkenbare pupjes opleveren. Bij de Schotse Terrier en de Chesapeake Bay Retriever is de aandoening zowel onvolkomen dominant als ook recessief overdraagbaar. Het laatste houdt in dat het alleen voorkomt als beide ouders er aan lijden of als beide ouders drager zijn; de genen voor de aandoening moeten van beide ouders afkomstig zijn.

Niettemin kan Von Willebrands Disease een bijkomend verschijnsel zijn van een verminderde schildklierwerking, in plaats van een op zichzelf staande kwaal. In deze gevallen zal behandeling van de onderliggende oorzaak namelijk de schildklieraandoening, de Von Willebrands aandoening wegnemen. Door de aard van het gen dat verantwoordelijk is voor de Von Willebrands aandoening, kunnen normale testen voor de stolling van bloed niet gebruikt worden omdat het bloed van een dier dat aan de aandoening lijdt, normale stollings tijden kan opleveren. De mate waarin de Von Willebrands aandoening voorkomt, kan alleen vastgesteld worden door een bloedmonster te testen op de Von Willebrands factor Antigen (VWFAg). Het resultaat wordt uitgedrukt in een percentage.

De aangetaste en de normale gebieden lopen in elkaar over; hiermee is rekening gehouden bij de fokadviezen. “Normaal” ligt tussen 60 en 72 % naar 60-69 % is verdacht en dieren die in dit gebied vallen zouden alleen gekruist moeten worden met dieren die meer dan 70 % halen waarbij tevens alle pupjes getest moeten worden. Wanneer één van de pupjes bij een test onder de 50 % komt, dan is de ouder met de lage, normale waarde een drager en fokken met honden waarvan bekend is dat ze drager zijn, zou strikt beperkt moeten worden. Deze lijn kan voortgezet worden door een hondje te gebruiken die bij een test meer dan 70% behaald heeft. 7 % is het niveau waaronder het VWAg niet meer op te sporen is en dieren die deze waarde behalen tijdens een test zijn ernstige lijders van de ziekte. Ieder dier met een testuitslag onder de 50% is of een drager of een lijder. Met deze dieren zou nooit gefokt mogen worden.

Pupjes kunnen getest worden zodra ze gespeend zijn en groot genoeg om bloed af te laten nemen uit een ader. Teefjes mogen niet getest worden binnen twee weken na de loopsheidperiode, als ze drachtig zijn of binnen twee maanden na het werpen. Honden mogen niet getest worden binnen 10 dagen na een vaccinatie omdat een vaccinatie het resultaat van de test kan beïnvloeden. Wanneer de hond medicijnen krijgt als hij getest wordt, moeten gegevens over het type medicijn zowel als over de dosering meegestuurd worden met het bloed. Begeleiding tijdens de periode dat het bloed wordt afgenomen is heel belangrijk en kan in zekere mate van invloed zijn op de resultaten . Het dier mag vele uren (12) voor het afnemen van het bloed niet gegeten hebben en het bloedmonster moet zo snel als mogelijk naar het laboratorium opgestuurd worden en de test moet onmiddellijk uitgevoerd worden. Het bloed moet afgenomen worden met een naald van minimaal 8 mm dikte en de ader mag bij voorkeur niet afgebonden worden!

Wanneer blijkt dat uw hond drager of lijder is aan de Von Willebrands Disease, wat kunt u er dan aan doen?
Het hangt er vanaf of de hond lijder is (een bloeder). Alhoewel het ongetwijfeld veiliger is te ervan uit te gaan dat ieder dier dat bij een test onder de 50% uitkomt een lijder kan zijn en u dienovereenkomstig dient te handelen. Natuurlijk geeft het VWFAg percentage u geen absoluut betrouwbare indicatie over het feit wanneer en hoeveel een dier zal bloeden. Een hond met 15% bloedde bijvoorbeeld niet, terwijl een hond met 47% dat wel deed. Het zou verstandig zijn om een hond die positief voor VWD getest is, ook op schildklieraandoeningen te laten testen (zie hieronder).

Bij bepaalde honden zou men de behandeling van VWD met geneesmiddelen moeten vermijden omdat het de bloedstolling belemmert en daardoor iedere aanleg tot het verlengen van de stollingstijden verergert. Zulke geneesmiddelen zijn onder andere aspirine, phenylbutazone, promozine-derivative tranquillizers, oestrogenen, introfurans, sulfonamides, ontstekingsremmende medicijnen zoals cortisone, samenstellingen van penicilline, lokale pijnverdovende middelen, phenothiazines, en plasma vervangers zoals dextran and HES.
Het probleem van vaccinaties met levend virus is het grootst gedurende de periode van vijf tot tien dagen na de vaccinatie. Dus als een hond met de aandoening een operatieve ingreep moet ondergaan, dient men bij voorkeur geen vaccinatie met levend virus te geven, of pas wanneer de operatieve ingreep lang achter de rug is.
Wanneer een hond die bij een test onder de 50% VWAg uitkomt een operatieve ingreep moet ondergaan maar wanneer het niet bekend is of de hond lijder of drager is, wordt er geadviseerd om direct nadat de hond onder narcose is gebracht, een teennagel met een normale nagelschaar iets te kort af te knippen en vervolgens de stollingstijd van het bloed te noteren. Als het bloeden binnen vijf of zes minuten stopt is het niet aanemelijk dat de hond een ernstig probleem zal hebben met bloeden tijdens de operatieve ingreep; alhoewel deze test geen licht bloedstollingsgebrek uitsluit.
Lijders aan VWD zullen langer bloeden en zullen zelfs niet stoppen met bloeden voordat de bloedende ader dichtgeschroeid is. Men zou in gedachten moeten houden dat door VWD een hond die onder narcose wordt gebracht, meer kans heeft om dood te gaan, afgezien van welke bloeding dan ook die op zou kunnen treden, dus onnodige chirurgische ingrepen kunnen het beste vermeden worden. Voor lijders aan VWD is plasma nodig of mogelijk een bloedtransfusie. Honden met bloedingsproblemen kunnen gedurende hun leven herhaaldelijk een bloedtransfusie nodig hebben en lopen dus gevaar als er geen goede bloedtransfusie voorhanden is. Gebruik van ongelijk bloed is een contra-indicatie tenzij het een levensbedreigende situatie betreft.

De correcte behandeling zou moeten bestaan uit het geven van vers donor bloed van een universeel type in een dosis van 3,5 ml per 450 gram van het lichaamsgewicht. Als dit niet voorhanden is kies dan twee keer per dag voor vers ingevroren gelijksoortig plasma in een dosis van 2,5 ml per 450 gram van het lichaamsgewicht. Wanneer het bekend is dat een hond lijder is dan zou de hond twee tot vier uur voor de ingreep 3,5 ml per 450 gram lichaamsgewicht aan vers, overeenkomstig bloed toegediend moeten krijgen.

Voor zover bekend is, is VW’sD bekend bij Wolfshonden in Amerika en Engeland. De beschikbare testen (althans in Engeland) hebben echter in Engeland in enkele gevallen tegenstrijdige resultaten opgeleverd waardoor momenteel slechts een gering aantal fokkers in Engeland werkelijk hun fokdieren testen; ondanks het feit dat deze tegenstijdigheid was te wijten aan de wijze waarop de bloedmonsters werden afgenomen of omdat de honden voedsel hadden gekregen vlak voordat het bloedmonster werd afgenomen.


Alternatieve behandeling voor VWD:
De meeste slangenvergiften veroorzaken bloedingen, dus het homeopatische Crotalus Horridus (ratelslang vergif) in een hoge dosering als 10M zou een bruikbare remedie kunnen zijn tegen ernstige bloedingen. Voor honden die last hebben van minder ernstige bloedingen is, afhankelijk van het beeld van de ziekteverschijnselen zoals het sijpelen van bloed uit oppervlakkige wonden, Arnica of Hamamelis een aangewezen remedie. OAK (eik) zou de meest gebruikelijk remedie zijn uit de Bach Flower Therapie voor een lijder aan VWD.


Storingen aan de schildklier:
Een verminderde schildklierwerking is de meest voorkomende afwijking aan de schildklier en sommige deskundigen op dit gebied menen dat dit bij 47% van alle honden voorkomt. Verminderde schildklierwerking treedt op wanneer de schildklier niet voldoende schildklierhormonen produceert. Symptomen van een verminderde schildklierwerking kunnen optreden bij honden van wie de schildklier wel normaal werkt maar de bijnieren niet. Door een tekort aan het bijnierschors hormoon cortisol kan de opname van het schildklierhormoon beperkt worden. Dit betekent dat er wel voldoende schildklierhormoon aanwezig is maar dat dit door de cellen niet voldoende opgenomen kan worden. Een van de belangrijkste oorzaken van een verminderde schildklierwerking bij honden is een auto-immune schildklierontsteking; een stoornis waarbij het immuunsysteem de schildklier aantast. Een gebrek aan bijnierschors hormoon wordt indirect ook tot de afwijkingen van het immuunsysteem gerekend.

De meeste mensen brengen de kenmerken van een verminderde schildklierwerking in verband met overgewicht, slaperigheid, haarverlies (aan beide kanten van het lichaam), meestal beginnend aan de lendenen en haar dat droog en broos wordt. Dit zijn echter niet de meest voorkomende kenmerken. Een verminderde schildklierwerking kan ook leiden tot gewichtsverlies en overmatige activiteit. Waarschijnlijk is het ook de belangrijkste oorzaak van agressie en schommelingen in het humeur. Andere symptomen kunnen zijn: problemen met loopsheid van allerlei soort, zoals een te lange loopsheid periode, te hevig bloedverlies, te lange of te korte periodes tussen twee loopsheden in, een eerste loopsheid die te vroeg (bij een te jonge hond) of veel te laat in het leven van een hond begint, een hond die nooit loops wordt, ‘stille’ loopsheden, schijnzwangerschappen. Onvruchtbaarheid, doodgeboren pupjes, onvolgroeide pupjes of pupjes die tijdens de worp sterven, verschrompeling van de testikels, verschillende huidaandoeningen, een chronische onaangename geurafscheiding, beschadigingen aan de kruis(gewrichts)banden; vaak voorkomende gescheurde, verrekte of gedraaide pezen en spieren, hartritmestoornissen, hartspierafwijkingen, verstoppingen, diarree, braken, slokdarmverwijding, strottenhoofd- en gezichtsverlamming, hangende oogleden, scheve stand van het hoofd, overhellende spronggewrichten of slepende voeten, zwakte en stijfheid, versleten spieren, zweren aan het hoornvlies, droge ogen en andere oog-aandoeningen, chronische infecties en problemen met het gedrag en temperament.

Een verminderde schildklierwerking is een aandoening waarbij de schildklier te veel hormonen produceert. Dit kan leiden tot gewichtsverlies, hartkloppingen, oververhitting en hartritmestoornissen en is meestal te wijten aan een gezwel aan de schildklier. Deze aandoening komt zelden voor bij honden maar is normaal bij katten.

To Index